Van Hier ...

Om honing te maken, verzamelen de werksters nectar, hoofdzakelijk uit bloesems. De nectar wordt geconcentreerd tot heerlijke, zoete honing door de vele jonge bijen in de kast. Als de honing het juiste vochtgehalte heeft (±18%) wordt hij door de bijen in de honingraten verzegeld.

 

De honing wordt geoogst door de zegeltjes te breken en de honing uit zijn opslagplaats te slingeren. Na het oogsten van het vloeibare product, dient de honing te rijpen.

Rijpen is voor honing een proces van kristallisatie. Door regelmatig te roeren in de honing controleren we de kristallisatie en bekomen we een heerlijk smeerbare zeem.

Honing waarin je dus een bepaalde korrel proeft, is honing die tijdens het rijpen minder geroerd werd. Het betreft dus geen toegevoegde suiker. De kunst bestaat erin het product op tijd uit de rijper te halen voor een optimaal resultaat.

Weetje: De lentehoning rijpt sneller dan de zomerhoning en dat ligt niet aan de warmte of vochtigheid, maar aan de soort bomen en bloemen die de bijen bezoeken. Vandaar dat beide oogsten ook heel anders smaken.

Weetje: Wanneer je vaste honing in de microgolfoven opwarmt, smelt het maar kan het nadien geen vast product meer worden. Tijdens het proces in de microgolfoven worden alle werkende enzymen immers gedood.